Water adaptation toddlers

Als je gaat zwemmen met je kindje, voel jij het beste aan wat je kindje durft of zou durven en wat niet. Respecteer de grens van je kindje want als je wil overhaasten, bekom je het effect dat je kindje waarschijnlijk lang niet wil gaan zwemmen en dat kan zeker niet  de bedoeling zijn.

Hierna geven we enkele oefeningen die we opdelen in:

 

Ga de eerste keer met je kindje op een rustig moment naar het zwembad en zorg ervoor dat je het zwembad kent zodat je zelfzeker bent.

Veel zwembaden hebben gezinshokjes. Besteed tijd om je zwemtas grondig te pakken. Wat heb je zoal nodig: een zwempamper, zwembroekje of badpakje, een klein speelgoedje, handdoek, wasgel, een gewone pamper, drinken (eventueel het papje), een koekje en eventueel hun tutje.

Voor je baby zal het wennen zijn aan de nieuwe omgeving. Als het dus de eerste keer niet lukt om met je baby in het water te gaan, blijf dan gewoon op de kant zitten met je baby op de schoot. De volgende keer lukt het waarschijnlijk wel om met je baby in het water te gaan.

Oefeningen om met je kindje te doen waarbij het hoofdje boven water blijft:

  1. Je peuter zal zeker onder de indruk zijn van het zwembad. Ga rustig op de zwembadtrap zitten en laat hem even de omgeving in zich opnemen. Maak jezelf nat en laat hem je nabootsen.
  2. Laat je kindje stilletjes met zijn handjes op het water spetten.
  3. Als hij/zij dit goed doet, kan jij ook voorzichtig spetten met je handen en wat dichter bij hem/haar gaan zitten
  4. Neem zijn/haar handje en wandel eerst over de trapjes en stop in het begin van het kleine bad.
  5. Laat je kindje plaatsnemen op het trapje en neem een speelgoedje. Gooi het over en weer.
  6. Als je een gietertje of potje hebt, giet dan zachtjes water over je armen, benen en een beetje over de schouder. Nu is het aan je kindje.
  7. Kan je een plankje gebruiken? Geef het plankje aan je kindje, zet er een potje water op of eventueel een klein speeltje en laat hem met dit plankje van de ene kant naar de andere stappen.
  8. Als je een ring hebt, laat je kindje dan de ring in de handjes overstappen en dit gebruiken als stuur van een autootje. Laat je kindje weer overstappen van de ene kant naar de andere.
  9. Een laatste oefening: laat je kindje op de zwembadrand zitten en til hem voorzichtig in het water.
  10. Boots een krokodil na op de trappen van het zwembad(zie foto)
  11. Blaas belletjes op het water. Heb je een klein pingpongballetje, dan kan je kindje dit ook voortblazen.